Gids28 september 2026 · 12 min lezen · door M26

Warmtepomp in een huurwoning: wie betaalt wat?

Warmtepomp huurwoning wie betaalt: de verhuurder de installatie, de huurder de stroom. Hoe ISDE, SVOH, huurverhoging en de schouw uitpakken.

Twee regels op één uitdraai, achtergelaten op de vensterbank van de lege woning: de gasmeter over het laatste stookseizoen met de cv-ketel en de stroommeter over het eerste met de warmtepomp. Bij de oplevering staat de nieuwe huurder met de sleutel in de hand naast de meterkast, en die uitdraai zegt meer over de woonlasten dan de huurprijs op het contract. Het antwoord op de vraag wie de warmtepomp in een huurwoning betaalt, is in de kern kort. De verhuurder betaalt de installatie, want die hoort bij de woning en blijft er staan als de huurder vertrekt. De huurder betaalt de stroom die het apparaat trekt en houdt het gas dat het uitspaart. Daartussen zit de huurverhoging, en daaromheen zit de subsidie: sinds 2025 kan een particuliere verhuurder geen ISDE meer aanvragen en verwijst RVO hem naar de SVOH, terwijl een VvE de SVVE gebruikt (rvo.nl, 2025). Wie huurt en zelf wil laten plaatsen, valt buiten de ISDE. Die regeling is voor eigenaar-bewoners.

De kostenverdeling achter die twee meterstanden

Een warmtepomp is in een huurwoning geen los apparaat maar een onroerende verbetering, net als een nieuwe ketel of dubbel glas. Daarom ligt de aanschaf bij de eigenaar. De exploitatie ligt bij wie de meter laat draaien. Dat is de huurder. Hij ziet zijn gasverbruik in kuubs dalen en zijn stroomverbruik in kilowattuur stijgen, en of dat per saldo goed uitpakt hangt af van het rendement over het seizoen. Milieu Centraal legt het verschil uit tussen COP, het rendement op één meetpunt zoals A7/W35, en SCOP, het seizoensgemiddelde dat meer zegt over de jaarrekening; beide dalen als het buiten kouder wordt en als de aanvoertemperatuur stijgt (milieucentraal.nl, 2025). Voor de huurder is de SCOP het cijfer dat telt. Voor de verhuurder is het het argument onder een huurvoorstel.

Die verdeling levert een spanning op die u niet moet wegpraten. De verhuurder investeert, de huurder bespaart. De wet kent daarvoor een route: een huurverhoging na woningverbetering, gekoppeld aan de energieprestatie. Wat daar precies onder valt en hoe een huurder een voorstel kan laten beoordelen, staat beschreven op rijksoverheid.nl (2025). Ik ga hier niet zeggen wat de Huurcommissie in uw geval beslist. Dat weet niemand vooraf. Wat ik wel zeg: leg de meterstanden en de verwachte SCOP naast het huurvoorstel, dan praat u over hetzelfde. Zonder die cijfers praat u over gevoel.

Wat wij hiervoor plaatsen

De prijs is inclusief installatie en de ISDE is er al af.

Wat kost dit bij uw woning?

Vul uw adres in. Wij halen bouwjaar, oppervlakte en energielabel op uit BAG en EP-Online en rekenen de ISDE er meteen af.

Een verhuurde tussenwoning uit de jaren tachtig op de schouwdag

Het patroon bij dit woningtype is herkenbaar. Een tussenwoning van rond 1985, verhuurd door een eigenaar met één of twee panden, met een cv-ketel van pakweg vijftien jaar oud die aan vervanging toe is. De huurder heeft de vorige winter een hoge gasafrekening gehad en vraagt of er niet iets beters bestaat. De verhuurder wil geen gedoe, geen leegstand en geen installatie die over drie jaar alsnog vervangen moet worden. Op de schouwdag staan ze samen in de gang, en dat is de eerste winst: wie betaalt en wie bespaart zitten in dezelfde ruimte.

De schouw begint niet bij de warmtepomp maar bij de schil. Een woning uit die periode heeft doorgaans een spouw die bij de bouw al deels gevuld is, dubbel glas van de eerste generatie en een dak dat wel of niet is nageïsoleerd. Dat laatste bepaalt veel. De vraag is niet of de woning "geschikt" is, dat is een te grove term, maar op welke aanvoertemperatuur de radiatoren de woning warm houden op een koude dag. De test daarvoor is simpel en kost een avond: de ketel handmatig op 55 °C zetten en kijken of het huis 's ochtends nog op temperatuur is. Blijft de woonkamer op 20 °C, dan kan een hybride het grootste deel van het jaar op eigen kracht draaien en springt de ketel alleen bij op de koudste dagen en voor het tapwater. Zakt het onder de 18 °C, dan is er meer werk aan de afgifte of aan het dak voordat een warmtepomp zinvol is.

Dan het vermogen. Een tussenwoning van deze maat en dit bouwjaar vraagt bij een ontwerptemperatuur van min tien graden zelden meer dan wat een compacte hybride levert; het gaat om de basislast, niet om de piek, want de piek doet de ketel. Twee modellen komen op tafel: de Remeha Elga Ace 4 kW Hybride en de Intergas Xtend ECO 5 kW Hybride met R290 als koudemiddel. Het verschil in kilowatt is klein, het verschil in koudemiddel is dat wel de moeite waard om te benoemen. R290 is propaan, een natuurlijk koudemiddel met een lage GWP, en een monoblock met R290 heeft geen koudemiddelwerk in huis (rvo.nl, 2025). Voor een verhuurder die de installatie twintig jaar wil laten staan zonder over veranderende regels te struikelen, is dat een argument. Welk van de twee het wordt, hangt af van de ketel die blijft staan en van de ruimte op de zolder. Niet van een brochure.

Vervolgens de buitenunit. Achter de woning is een tuin van zes meter diep, de buren zitten op ruim drie meter aan beide kanten. De norm is helder: op de perceelgrens met een andere woning maximaal 40 dB(A) tussen 19:00 en 07:00 uur en 45 dB(A) overdag, vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving en daarvoor in het Bouwbesluit 2012 sinds 1 april 2021 (rijksoverheid.nl, 2024). Of dat haalt, bepalen opstelling, afstand tot de buren, een eventuele geluidskap en de stille nachtstand. Bij een verhuurde woning komt daar iets bij: de verhuurder is aanspreekbaar voor de buren, ook als hij er zelf niet woont. Zet de unit dus niet in de hoek die de kortste leiding geeft, maar in de hoek met de meeste afstand tot het slaapkamerraam van de buren. Dat kost een paar meter leiding. Het scheelt een bemiddelingstraject.

Waar het op uitdraait, is bijna altijd hetzelfde. De ketel blijft, de hybride komt erbij, de stroomaansluiting blijft 1-fase omdat een hybride daar vrijwel altijd op draait (milieucentraal.nl, 2025). De verhuurder betaalt de installatie en legt een huurvoorstel voor dat de huurder naast zijn eigen meterstanden kan leggen. De huurder houdt lagere gaskosten en hogere stroomkosten, en per saldo minder woonlasten als de SCOP doet wat het label belooft. Wat dit scenario leert: de vraag wie betaalt, wordt niet beantwoord door een regel maar door een schouw waar beide partijen bij zijn. Mijn advies aan verhuurders is dan ook om de huurder op de schouwdag uit te nodigen. Dat voelt ongemakkelijk. Het scheelt maanden discussie achteraf.

Wat het bouwjaar en de eigendomsvorm doen met de rekening

Een verhuurde jaren-30 woning is een ander verhaal dan die tussenwoning. Enkelsteens muren, vaak nog enkel glas op de verdieping, hoge plafonds en radiatoren die op 80 °C zijn berekend. Een hybride kan daar wel, maar hij draait een kleiner deel van het jaar op eigen kracht en de ketel doet meer. Voor een verhuurder betekent dat: eerst isoleren, dan pas de warmtepomp. Wie twee ISDE-maatregelen binnen 24 maanden combineert, krijgt voor de isolatie het dubbele tarief, maar die regel geldt voor eigenaar-bewoners; een verhuurder zit in de SVOH (rvo.nl, 2025). Hoe zo'n woning technisch in elkaar zit, staat uitgebreider in het artikel over een warmtepomp bij een jaren-30 woning.

Een appartement in een gemengd complex, deels koop en deels huur, heeft een derde partij aan tafel: de VvE. De buitenunit hangt aan de gevel of staat op het dak, en dat is gemeenschappelijk eigendom. Zonder VvE-besluit komt er geen unit. De VvE kan de SVVE gebruiken, niet de ISDE. En de eigenaar van het verhuurde appartement betaalt zijn deel via de VvE-bijdrage, terwijl de huurder de stroom betaalt. Drie partijen, drie rekeningen.

Het jaren-70 rijtjeshuis van een woningcorporatie is de eenvoudigste variant. De corporatie beslist voor een heel blok, de schil is meestal al aangepakt en de meterkast is gestandaardiseerd. De huurder krijgt een voorstel, niet een keuze. Nieuwbouwhuur heeft de warmtepomp al bij oplevering en valt buiten deze vraag; daar is nooit gas geweest en betaalt de huurder simpelweg stroom.

Wat werkt bij een verhuurde woning en wat u beter laat

Werkt Werkt niet, en waarom
De ketel handmatig op 55 °C zetten en een nacht meten voordat er een offerte ligt. Dat is de goedkoopste test die bestaat en bepaalt of een hybride zinvol is. Een huurder die zelf een warmtepomp laat plaatsen. Hij is geen eigenaar-bewoner, valt buiten de ISDE en laat een installatie achter die van de verhuurder wordt.
De huurder uitnodigen op de schouw, zodat vermogen, aanvoertemperatuur en de plek van de buitenunit één keer worden uitgelegd. De buitenunit op de kortste leidinglengte zetten. Bij een verhuurde woning is de eigenaar aanspreekbaar voor de 40 dB(A) op de perceelgrens, ook als hij er niet woont.
Kiezen voor een monoblock met R290, omdat er dan geen koudemiddelwerk in huis is en de installatie minder gevoelig is voor veranderende koudemiddelregels. Een all-electric installatie in een woning die nog op 70 °C stookt. Dan draait de elektrische bijverwarming en betaalt de huurder een stroomrekening die niemand heeft beloofd.
Als verhuurder de SVOH bekijken vóór de opdracht, want zakelijke aanvragers vragen vooraf aan en niet achteraf zoals eigenaar-bewoners. Een huurvoorstel zonder verwachte SCOP en zonder de oude meterstanden. Dan is er niets om over te praten en wordt het een zaak in plaats van een gesprek.
De nachtstand en de geluidskap in de offerte opnemen, niet als optie achteraf. Eén woning van een blok verduurzamen en de rest laten staan, als de buitenunits later toch naast elkaar komen.

Wat er verschuift in 2025 en 2026

Vier ontwikkelingen raken de vraag direct. De eerste is de subsidieroute voor verhuurders. Sinds 2025 kan een particuliere verhuurder geen ISDE aanvragen; RVO verwijst hem naar de SVOH en VvE's naar de SVVE (rvo.nl, 2025). Voor eigenaar-bewoners verandert de route niet: aanvragen ná installatie, binnen 24 maanden, op mijn.rvo.nl met DigiD. Hoe die aanvraag verloopt en waar de hoogte van de subsidie vandaan komt, staat in het stuk over de ISDE in 2026.

De tweede ontwikkeling is het schrappen van de hybride-verplichting. Die zou in 2026 ingaan bij vervanging van de cv-ketel, maar het kabinet heeft haar in mei 2024 van tafel gehaald (rijksoverheid.nl, 2024). Voor verhuurders betekent dat: er is geen wettelijke stok, alleen de rekening van de huurder en de energieprestatie van het pand. Dat is een hardnekkig misverstand in gesprekken met huurders, die vaak denken dat de verhuurder "moet". Hij hoeft niet. Hij kan.

De derde is het koudemiddel. R290 wint terrein in monoblock-units omdat het een natuurlijk koudemiddel met lage GWP is, terwijl R32 vooral bij split-units voorkomt en een F-gassen-gecertificeerde installateur vraagt (rvo.nl, 2025). Voor een verhuurder die niet over vijf jaar opnieuw wil investeren, weegt dat mee.

De vierde is het net. Netcongestie speelt in steeds meer regio's, en hoewel een hybride op 1-fase draait en weinig extra vraagt, kan een all-electric installatie met elektrisch bijverwarmen 3-fase nodig hebben (milieucentraal.nl, 2025). Dat is een kostenpost die bij de eigenaar landt. Niet bij de huurder.

Vragen die verhuurders en huurders hierover stellen

Kan een huurder zelf een warmtepomp laten plaatsen en die later meenemen?

Technisch kan het, verstandig is het zelden. De installatie zit vast aan de woning, aan het cv-circuit en aan de gevel, en wordt daarmee onderdeel van het pand. De huurder heeft toestemming van de verhuurder nodig en kan de ISDE niet gebruiken, want die is voor eigenaar-bewoners (rvo.nl, 2025). Wat er bij vertrek met de installatie gebeurt, hangt af van wat huurder en verhuurder vooraf vastleggen. Ik zou een huurder dit afraden, tenzij er een schriftelijke afspraak over vergoeding ligt.

Mag de verhuurder de huur verhogen omdat er een warmtepomp komt?

De wet kent een route voor huurverhoging na woningverbetering die de energieprestatie verbetert. Wat daaronder valt, welke stappen erbij horen en hoe een huurder een voorstel kan laten toetsen, staat op rijksoverheid.nl (2025). Of een concreet voorstel redelijk is, hangt af van de woning en van wat de huurder ervoor terugkrijgt aan lagere energielasten. Daarom hoort de verwachte SCOP en de oude meterstand bij het voorstel. Zonder die cijfers is elk bedrag een slag in de lucht.

Wie betaalt de stroom van de buitenunit als die op een gemeenschappelijke gevel hangt?

De buitenunit trekt stroom via de binnenunit en die zit op de groep in de meterkast van de woning. De huurder betaalt dus, ook als de unit aan een gevel hangt die van de VvE is. De VvE betaalt niets aan verbruik, wel eventueel aan de bevestiging en de doorvoer. Dat is een punt om vast te leggen in het VvE-besluit voordat er geboord wordt.

Wie betaalt onderhoud en een storing aan de warmtepomp in een huurwoning?

Groot onderhoud en reparaties aan een installatie die bij de woning hoort, liggen bij de verhuurder, net als bij een cv-ketel. Klein onderhoud dat een bewoner zelf kan doen, zoals filters schoonhouden en de buitenunit vrij houden van bladeren, ligt bij de huurder. Waar de grens precies loopt, staat in het Besluit kleine herstellingen en in het huurcontract. Leg bij een hybride ook vast wie de ketel blijft onderhouden, want die blijft staan.

Kan een huurder het weigeren als de verhuurder een warmtepomp wil plaatsen?

De verhuurder heeft voor een ingreep in de woning de medewerking van de huurder nodig, en de wet regelt wanneer een huurder een redelijk voorstel moet toestaan. Hoe dat werkt en wat als redelijk geldt, staat op rijksoverheid.nl. Wat helpt: de huurder uitnodigen op de schouw en laten zien wat de aanvoertemperatuur, het vermogen en de opstelling van de buitenunit voor hem betekenen. Weigeren komt bijna altijd uit angst voor een onbekende stroomrekening.

Is een hybride voor een verhuurder een betere keuze dan all-electric?

Hier kies ik positie, en collega's zullen dat niet allemaal delen: voor een verhuurde woning met radiatoren is een hybride meestal de verstandigere keuze, ook als de schil all-electric zou aankunnen. De ketel blijft als vangnet, de stroomaansluiting blijft 1-fase en de huurder krijgt geen installatie waarvan hij het gedrag op koude dagen niet kent. All-electric vraagt afgifte op lage temperatuur, vaak een boilervat zoals de Intergas Xylinder M200, en soms 3-fase. Bij een eigen woning weegt u dat anders. Bij een pand dat u verhuurt, weegt voorspelbaarheid zwaarder dan het laatste procent rendement, en welke nadelen daar tegenover staan leest u in de zeven echte nadelen van een warmtepomp.

Wat gebeurt er met de warmtepomp als de huurder verhuist?

Niets. De installatie hoort bij de woning en blijft staan, net als de meterstanden die de nieuwe huurder bij de oplevering aantreft. Daar begon dit stuk mee. Zorg dat die uitdraai er ligt: het laatste seizoen gas met de oude ketel en het eerste seizoen stroom met de warmtepomp. De nieuwe huurder weet dan wat hij aan woonlasten kan verwachten en de verhuurder heeft een onderbouwing voor de huurprijs die hij vraagt.

Of u nu verhuurt of huurt: het gesprek over wie betaalt wordt pas concreet als bekend is welk vermogen de woning vraagt, op welke aanvoertemperatuur de radiatoren het houden en waar de buitenunit binnen de 40 dB(A) blijft. Dat is precies wat de configurator uitrekent op basis van het adres en het bouwjaar, nog voordat er een monteur aan de deur staat. Vul het adres van de woning in op m26.nl/configurator en u ziet welke hybride of all-electric opstelling past, met welke boiler en met welke subsidieroute. Die uitkomst legt u naast de meterstanden. Dan heeft u iets om over te praten.

Hierna

#huurwoning#verhuurder#ISDE#hybride warmtepomp#SVOH